Update: 25 maart 2023. Update: 6 februari 2025
Uitgangspunt is dat een reisboot geschikt moet zijn voor langere reizen door kustwateren én binnenland. Er wordt daarom niet ingegaan op de categorie schepen die uitsluitend gemaakt zijn voor het varen van lange, meerdaagse, afstanden over open zee of oceaan oversteken. Ook wordt niet ingegaan op schepen die gemaakt zijn met als doel om permanent op te leven. Het klassieke voorbeeld van deze categorie boten is een Nordhavn trawler. Voor die specialistische groep schepen gelden andere eisen en beperkingen dan die in dit verhaal behandeld worden.
Welke afmetingen vormen een beperking van je vaarmogelijkheden?
Afmetingen zijn maar één van de vele punten die je moet overwegen bij de aanschaf van een boot om mee te reizen. Maar het helpt om de minimale en maximale afmetingen van de boot die je wil hebben vast te stellen: dan weet je beter welk rijtje boten over blijft om uit te kiezen.
Dit zijn de maten waar je het beste binnen kunt blijven wil je ook uit de voeten kunnen in het binnenland, daarna staat beschreven waarom die maten worden aangehouden.
H x B x L x D voor binnenlands reizen:
Hoogte: maximaal 3,40 meter als je door Frankrijk wil varen. Alles op het dak moet vrij simpel onder dit niveau neer te klappen zijn (houdt rekening met regen als je enige stuurpositie onder een kap boven de 3.40 cm zit).
Breedte: tussen de 3,50 en 4 meter is ideaal, breder kan maar het wordt in toenemende mate lastig als je in de richting van de 5 meter komt, ook bij het zoeken van een box in een haven. Boven de 5 meter wordt door Frankrijk varen onmogelijk.
Lengte: langer dan 9 meter, korter dan 20 meter romplengte (per 1-4-2023).
Diepte: alles dieper dan ongeveer een meter geeft beperkingen. Bij voorkeur met 'beschermde’ aandrijving of aandrijving die omhoog getrimd kan worden (Z-drives).
Volume: er is nog een grens: het volume van de romp mag niet meer dan 100 m3 zijn anders val je onder de eisen voor de binnenvaart en moet je een Certificaat van Onderzoek (CvO) hebben. Daarover verderop meer.
1. Bepaal op welke vaarwegen je wil kunnen komen en wat vervolgens de maximale maten zijn van L x B x H x D van de boot. Bereken ook het CvO volume (lees verderop wat dat is en hoe het werkt) als je aan een grotere maat boot denkt.
2. Voor je verder denkt over de buitenafmetingen is het verstandig eerst te kijken wat je binnen minimaal nodig hebt: met hoeveel mensen je langer (dan een weekend) op reis wil kunnen/gaat zijn en bepaal welke ruimte minimaal aanwezig moet zijn voor de bedden, keuken, zitten/eten en badkamers.
Uitwerking:
Hoogte.
Op de ANWB overzichts-waterkaart van binnenwater in Nederland (helaas niet meer te koop) zie je het in één oogopslag wat de hoogtebeperkingen van de vaarwegen in Nederland zijn. Je kunt ook in de waterkaarten App (voorheen ANWB) de hoogte van je boot invoeren en dan routes bekijken: je ziet dan de bruggen in rood die niet open kunnen op de routes. Om alle uithoeken van met name Friesland te kunnen bereiken moet de boot wel erg laag zijn. Maar de meeste doorgaande vaarwegen in Europa zijn tot een hoogte van 3,40 meter te bevaren. Als je Frankrijk uitsluit als vaargebied kun je makkelijk hoger gaan zonder heel vaak in de problemen te komen. Maar controleer de hoofdroutes die je wil gaan varen.
Nu is water nooit helemaal rimpelloos, er komt net een tegenligger voorbij of het waterpeil wijkt een beetje af. Dus 10 cm speling houden ten opzichte van vaste brughoogten is wel fijn. In rivieren kan het waterpeil erg afwijken als er hevige regenval is: vaar dus niet per ongeluk het dak er af (je zou niet de eerste zijn). Streef naar een maximum hoogte tussen de 3,30 en 3,40 meter, alle uitstekende delen van de boot inklapt, als je in en door Frankrijk wil kunnen varen. Het helpt als dat inklappen een beetje eenvoudig te doen is. Hoe lager je bent des te minder bruggen er voor je open moeten en dat betekent minder gedoe en wachttijd. Als je iets onder de 3 meter blijft met de hoogte kun je onder behoorlijk veel bruggen door varen zonder opening.
Een z.g.n. fly-bridge boot, met een 'tweede verdieping' op het dak, zal meestal boven de 3,40 meter uitsteken. Er zijn ook boten met een opbouw op het achterdek die bestaat uit ramen en een tent, waaronder de -vaak enige- stuurpositie zit. Die boot steekt daardoor boven die 3,40 meter uit. Die tent en ramen kunnen allemaal neergeklapt worden maar vraag de verkoper om dat ‘even’ voor te doen en vergeet dan niet de stopwatch aan te zetten. Vraag jezelf ook af of je het nog aangenaam vindt om dit te doen als het regent; bedenk daarbij dat je vervolgens zit te sturen in de regen en/of kou. Kiezen voor zo'n boot kan in de praktijk betekenen dat je vaarwater gaat mijden waar je die spullen moet afbreken en weer opbouwen vanwege het ‘gedoe’. Hoewel je dit type boten nog vaak op het water ziet worden ze steeds minder nieuw verkocht aan particulieren. Bij verhuurders zijn ze nog wel populair omdat deze constructie een extra slaapcabine oplevert en dat betekent dat ze aan grotere gezelschappen verhuurd kunnen worden (lees: hogere verhuur inkomsten). Huurboten varen ook meestal in een beperkt vaargebied.
Wil je toch heel graag buiten kunnen sturen als het geschikt weer is, binnen de 3,40 meter hoogte blijven zonder afbraak van tenten en ruiten én een tweede stuurpositie binnen willen hebben, dan is er een kleine groep boten te vinden die daaraan kan voldoen. Boarnstream heeft bijvoorbeeld zo’n boot die 3,35 hoog is een stuurpositie binnen heeft én een soort fly-bridge die je rustig kunt laten voor wat ie is als het slecht weer wordt. Een ideaal compromis dus.
Als bootreiziger wil je natuurlijk ook in het buitenland kunnen varen en dan loop je in Frankrijk snel tegen de maximale doorvaarthoogte van 3,50 meter aan. Als je boot hoger is dan 3,40 meter kun je in Frankrijk dus maar beperkt varen en zeker niet er doorheen varen naar de Middellandse zee of het populaire rondje Maas-Moezel-Rijn doen.
Een aantal populaire routes leggen nog meer beperkingen op. Het Canal du Midi is beroemd maar heeft maximaal 3 meter doorvaarthoogte. Dat zijn vaak boog-bruggen dus alleen in het midden daarvan wordt die 3 meter gehaald: het dak van de boot moet dus behoorlijk lager zijn om niet tegen de zijkant van die boog aan te komen.
In Duitsland is er een route binnendoor naar de Oostzee via het Elbe-Weser kanaal waar de maximale doorvaarthoogte rond de 2,80 meter is. Maar voor Duitsland is dat een uitzondering. In het algemeen zal je in Duitsland weinig problemen hebben ook als je wat hoger dan 3,40 meter bent.
Los van hoogtebeperkingen door bruggen en tunnels heeft een hoge boot ook bij het varen op open water als nadeel dat het zwaartepunt hoog ligt en de boot veel (zij-) wind vangt: lees: rollen en opzij weggezet worden.
Breedte.
Breedte van een boot gaat bij het varen op binnenwateren minder een vaarbeperking vormen dan de hoogte. Boven de 4 meter breedte gaat het aantal ligplaatsen in ‘boxen' beperkter worden. In sommige kleine sluizen, smalle brug doorgangen of lange tunnels in Frankrijk wordt het boven de 4 meter ook spannend, als je in de buurt van de 5 meter komt zelfs vrijwel onmogelijk. Veel Franse vaarwegen zijn gebouwd op de maat van de Franse minister Freycinet (1879). En dat betekent dat veel sluizen ook niet breder zijn dan 5,20 meter. Houdt er rekening mee dat je ook stootwillen hebt hangen aan de zijkant als je zo’n sluis in wil varen. Een brede boot heeft dus beperkingen bij het varen maar het heeft ook een voordeel: een bredere boot heeft meer binnenruimte en dat kan heel praktisch zijn. Onder de 3,50 meter breedte wordt het wel erg moeilijk om binnen voldoende ruimte te vinden om comfortabel meerdere weken te leven.
Sommige botenbouwers 'pompen' de romp, met name de boeg, op. Daardoor wordt de boot niet breder maar je krijgt meer volume en een bolle, hoge romp met een plompe boeg. Die boten bieden daardoor veel binnenruimte in de boeg maar ermee varen op dagen waarop het weer minder optimaal is kan gauw erg oncomfortabel worden. Met name bij (semi-) planerende boten is de verhouding tussen breedte en lengte gecombineerd met een bolle boeg ongunstig. Met een beetje zeegang en bij hogere snelheden gaat de boot relatief snel op golven ‘slaan’ (alsof je te snel met de auto over een verkeersdrempel rijdt, maar dan heel vaak achter elkaar). Dat is verre van comfortabel en het IJsselmeer over varen met meer dan windkracht drie op de kop wordt dan al gauw een straf voor de bemanning en gasten.
Let eens op de romplengte-breedte verhouding van sneller varende Scandinavische boten (Saga, Marex, Nimbus, Targa, Nord Star, Delta, Axopar, enz.) die boten zijn relatief smal in verhouding tot hun lengte vergeleken met boten van b.v. Beneteau, Jeanneau, Sealine en Bavaria met een zelfde lengte. Dat heeft een reden: Scandinavische boten zijn gebouwd om bij meer zeegang toch comfortabel op vrijdag bij het weekendhuisje op dat eilandje voor de kust te kunnen komen en zondag weer terug, ongeacht het weer. De andere ‘bollere’ boten zijn er meer op gebouwd om bij een vrijwel vlakke zee relaxed een rondje te gaan varen. Als je gaat reizen met een boot is het weer nu eenmaal een beperking: het is zelden weken achtereen optimaal.
Let er bij het bekijken van de breedte van de boot ook op dat je aan weerszijde stootwillen hebt hangen en je ook nog wat ruimte nodig hebt om te manoeuvreren. Een boot van b.v. 4 meter breed zal in de praktijk dus vaak tegen de 5 meter vaarbreedte nodig hebben om normaal een box of sluis in te kunnen varen
Lengte.
Een andere oplossing om meer binnenruimte te krijgen is het kiezen voor een langere boot. Hoe langer de boot des te meer ruimte je hebt. Nou hangen hoogte, breedte en lengte van een boot meestal samen dus als je kiest voor een boot die niet hoger is dan 3,40 meter dan zul je daar niet vaak super lange, brede, exemplaren bij aantreffen. Bij lengte moet je de eisen eerder omkeren: je kunt nog zo creatief zijn als ontwerper maar onder grofweg 10 meter romplengte wordt het moeilijk om binnenin het minimale comfortniveau voor een reisboot te realiseren. Tja wat is dat minimale comfortniveau dan? Op reis is het prettig niet van havenfaciliteiten afhankelijk te moeten zijn. Om naar het toilet te gaan , een douche te nemen of een beetje fatsoenlijke maaltijd klaar te kunnen maken heb je dus voldoende ruimte nodig. Daarbij komt natuurlijk dat je bagage- en proviandruimte nodig hebt als je een langere reis gaat maken. Met twee mensen slapen lukt meestal wel maar als je nog meer mensen mee wil nemen op een langere reis moet je daar ook wat fatsoenlijke slaapruimte voor hebben. Houdt er eventueel rekening mee dat opgroeiende kinderen vanaf een bepaalde leeftijd graag een eigen slaapcabine willen hebben.
Een beperking voor de bovengrens van de lengte was tot 1 april 2023 15 meter. Boven de 14,99 meter romplengte (let op; dat is dus korter dan de Lengte Over Alles maar vaak langer dan waterlijn lengte) had je niet alleen een vaarbewijs maar ook een Rijnpatent nodig. Dat vaarbewijs is niet echt een probleem want die ga je als serieuze bootreiziger sowieso halen. Belangrijker is dat je met een boot boven de 15 meter de Rijn in Duitsland niet mocht bevaren zonder dat ‘Rijnpatent’ of een dure loods aan boord. Het kost behoorlijk veel moeite en geld om dat Rijnpatent te behalen. Gelukkig is de grens vanaf 1 april 2023 verhoogd van 15 naar 20 meter. Onder de 20 meter romplengte is dan een vaarbewijs voldoende. Realiseer je dat de Rijn de enige binnenlandse verbinding tussen Noord en Zuid Duitsland is met aansluiting op Frankrijk en doorgaand via de Donau zelfs tot de Zwarte Zee.
De boxen in havens worden boven de 12 meter lengte schaarser, het aantal lange boten ook. Het lukt dus meestal wel om een plek te krijgen maar in sommige wat oudere kleine haventjes kan lengte een ‘uitdaging’ zijn. Bij twijfel vooraf even bellen met de havenmeester. Een grens in de regelgeving is in het binnenland 20 meter romplengte en op zee 24 meter. Boven die grenzen gaan ineens hele andere regels gelden.
Diepte.
Die zal niet zo gauw een probleem vormen: meestal loop je eerst tegen beperkingen in hoogte of breedte aan. Maar er zijn kanalen die behoorlijk ondiep zijn, zowel in Nederland als in b.v. Frankrijk. Diepgang wordt in de zomer in toenemende mate een probleem bij waterschaarste. De meeste reisboten hebben rond 1 meter diepgang: dat zal niet vaak tot beperkingen leiden. Kijk echter uit voor boten die beduidend meer diepgang hebben: dat kan sneller tot beperkingen leiden. Los hiervan: let ook op het soort aandrijving: als je schroef als eerste de grond raakt dan kan het zijn dat je schade oploopt: als de kiel als eerste de grond (zand/modder) raakt is dat vaak minder gevoelig voor schade.
Volume.
Als de boot meer onderwatervolume heeft dan 100 m3 en is je boot 'bestemd om overwegend op binnenwater te varen' dan val je onder de Europese bouw- en uitrusting-regels voor de binnenvaart: het ES-TRIN, ook als je boot minder dan 20 meter romplengte heeft. Ook al vaar je stukken op zee: als je een vaste ligplaats hebt in een binnenlandse haven, niet zijnde een zeehaven, dan val je zeer waarschijnlijk onder het begrip ‘overwegend binnenwater’. In geval van twijfel doe je er verstandig aan een deskundige te raadplegen.
Hoe bereken je die 100m3? De romplengte van de boot (dus zonder uitsteeksels) X de breedte van de ‘beplating’ (dus zonder schuurlijsten etc.) X de diepte van de romp bij volle belading minus uitsteeksels (b.v. schroeven, kielvinnen, stabilisatievinnen). Een boot van b.v. 18.5 meter romplengte en 5.30 meter breedte gaat bij een diepte (volgens de regels) van iets over de meter al onder deze regelgeving vallen. Klik hier om de precieze definitie na te kijken in het ‘ROSR'.
Wat zijn die regels? Als je op de link van het ES-TRIN klikt en het voorschrift opent dan zie je meer dan 500 pagina’s voorschrift. Dat is even schrikken. Voor pleziervaart is gelukkig alleen Hoofdstuk 26 van toepassing. Daarbij is het belangrijk een onderscheid te maken tussen boten die geen CE-keur hebben (art. 26.01 1e lid) en boten die dat wel hebben (art. 26.01 2e lid). Het verschil tussen die twee is dat de normen die in het CE-keur verwerkt zitten niet opnieuw getoetst hoeven te worden. Toetsing moet plaats vinden door een erkend bureau. Na nieuwbouw hoeft pas na 10 jaar een nieuwe toetsing plaats te vinden en daarna iedere vijf jaar. Dit is vastgelegd in het Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn (ROSR per 1-12-2024). Ook moet het schip een ENI-nummer krijgen dat aangebracht moet worden op de romp. Voor historische schepen gelden weer andere regels.
Je boot moet behoorlijk wat aanpassingen ondergaan om aan de CvO-certificaat eisen te voldoen. Dat loopt uiteen van boothaak tot zichthoeken van de ramen van de stuurcabine. Dat eerste is makkelijk te regelen, dat laatste is bij een bestaand schip vaak een (te) grote ingreep. Mocht de regelgeving van toepassing zijn op de boot die je op het oog hebt, lees dan het betreffende hoofdstuk in het ES-TRIN eens rustig door en kijk of je onoverkomelijke problemen tegen komt. Raadpleeg in ieder geval een deskundige voordat je een dergelijke boot koopt.
Onderzoeken
Om meer in detail te weten wat de mogelijkheden zijn voor de boot die je op het oog hebt is het verstandig om de maten van de boot in te voeren in de (ex-ANWB) Waterkaarten App. Op die App kun je in het bootprofiel de laagste doorvaarhoogte invoeren (dus als je alles neergeklapt hebt) en een doorvaarhoogte met alle masten en antennes omhoog. Je kan dan per vaarweg (in Nederland) zien waar je helemaal niet door kunt (teken: gesloten rode brug) of alleen als je alles op het dak inklapt (teken: gesloten oranje brug). Verken dan eens een paar routes die je in ieder geval graag wil bevaren. Dat geeft een gedetailleerder beeld van (on-)mogelijkheden dan de grove indeling op de eerder genoemde overzichtskaart van de ANWB.
Om een overzicht te krijgen va de beperkingen van de afmetingen van je boot in Frankrijk kun je de zesde -2021-uitgave van de IMRAY kaart bestellen (link is slechts een voorbeeld, de kaart kan op meerdere sites besteld worden). In die kaart zijn de beperkingen per vaarweg, of deel daarvan, genoteerd.
Binnenmaten voor reisboten:
Uit het voorafgaande heb je kunnen afleiden dat buitenmaten ook gevolgen hebben voor de ruimte binnen. Bij de afweging daarover kun je -afgezien van de precieze indeling van de boot- de volgende overwegingen meenemen.
Stahoogte.
Ga er niet van uit dat de stahoogte in een boot automatisch voldoende is. Ook als je zelf wat minder lang bent: als je de boot ooit weer wil verkopen moet er toch minimaal rond de 2 meter stahoogte in de kajuit zijn; meer is beter.
Waar stahoogte ook een rol speelt is de douche en de wastafel. Het door de knieën gaan bij het scheren of opmaken is leuk voor een weekendtrip maar het gaat na weken reizen irriteren. Daarentegen mag het dak in een slaapcabine best aflopen en gedeeltelijk lager zijn als je maar ergens in de slaapcabine staruimte hebt om je kleren aan en uit te trekken. Let er echter op dat de ruimte boven het bed hoger is dan de spreekwoordelijke ‘doodskist’. Voor kleine kinderen is dat niet zo’n probleem maar voor volwassenen is het claustrofobisch vooral als je kunt niet rechtop kunt gaan zitten zonder je hoofd te stoten. Ook allemaal niet erg voor een incidenteel weekend maar bij een langere reis is het niet echt prettig.
Bed afmetingen.
De afmetingen van het bed zijn vaak (te) beperkt: 190 x 140 cm is wel heel minimaal voor een twee persoons bed. Ook dat is leuk voor een weekend maar als je langer op reis bent is ongeveer 160 breed toch eigenlijk wel een minimum. Dit gaat er van uit dat je met z’n tweeën in een bed slaapt: anders moet je uit gaan van minimaal 70 cm. breedte, voor langere reizen 80 cm. Tel 10-20 cm bij de eigen lengte op als minimum lengte van de matras anders lig je met je voeten over de rand. Denk ook hierbij aan eventuele gasten en de verkoopbaarheid van de boot.
Zitruimte.
Om lekker te zitten heb je een breedte nodig van minimaal 50 cm (vergelijkbaar met een stoel in de economy-klasse van een vliegtuig) maar in normaal gebruik is rond de 60 centimeter een stuk comfortabeler. Als je naar een hoekbank kijkt in U- of L-vorm, hou er dan rekening mee dat je ook je benen nog kwijt moet. Dat betekent dat in een hoek dus niet twee mensen in een hoek van 90˚ vlak naast elkaar kunnen zitten. Houdt ongeveer 30 cm afstand anders raken de benen in de knoop onder de tafel. Praktisch: als je een L-bank hebt met aan één kant ongeveer 120 cm lengte dan moet je aan de andere zijde ongeveer 90 cm lengte hebben om de benen van een derde persoon normaal kwijt te kunnen. Of: de ene kant is 60 cm en de andere moet 150 cm zijn. Deze maten gelden voor volwassenen die langere tijd onderweg zijn. Als er incidenteel met wat meer mensen om de tafel moet worden gezeten kan dat best maar wordt het een beetje ‘proppen’.
Keuken/kombuis.
De meeste botenbouwers laten mensen aan hun ontwerpen tekenen die nooit meer dan een magnetron hebben bediend. Althans, zo lijkt het als je naar veel bootindelingen kijkt. Als er langere tijd aan boord geleefd moet kunnen worden moet er ook voldoende ruimte zijn voor minimaal een twee-pits kooktoestel, een vrij werkvlak van minimaal 60 cm breed en een gootsteen. Het koffieapparaat moet dan niet ook nog eens op dat werkblad staan. Wil je daarnaast ook een combi oven-magnetron, een koelkast-vriezer, een vuilnisemmer en potten en pannen kwijt dan moet al met al toch aan minimaal 1,50 meter maar liefst tegen de 2 meter werkblad-lengte worden gedacht. Denk ook aan het opbergen van servies bestek en glaswerk.
Badkamer/douche.
Waar ook ruimte voor moet zijn is het toilet, de wasbak en de douche. Afhankelijk van de hoeveelheid mensen waarmee je normaal langere reizen onderneemt is dat meestal beperkt tot één of twee badkamers. Er zijn tussenvormen (apart toilet-wastafel ruimte en aparte doucheruimte of douchen boven het toilet). Belangrijk is dat badkamers ruimte kosten en dus invloed hebben op de buitenafmetingen van de boot. Als je altijd met vier mensen onderweg bent is het een afweging om voor twee toiletten/wastafels te kiezen of zelfs twee douches. Onder de 12 meter romplengte zijn er weinig boten met meer dan één badkamer te vinden.
Bagage- en proviandruimte.
Er zijn botenbouwers die zo veel mogelijk beschikbare binnenruimte omzetten naar volume in de slaapcabines of badkamers. Dat oogt natuurlijk heel ruim bij een bezichtiging. Maar vraag je ook af waar je de bootuitrusting, de bagage en het proviand gaat opbergen. Daar blijkt in die ruim ogende boot ineens maar erg weinig ruimte voor te zijn. Ook hier geldt: voor een weekendtrip waarbij mensen ‘uit de tas’ leven en in een restaurant gaan eten is dat allemaal geen probleem. Op een langere reis waar je meer kleding voor verschillende omstandigheden, meer proviand en dingen als een fiets, bijboot en reserveonderdelen mee wil nemen wordt het wél een probleem.
Vervolg: de ideale indeling van de beschikbare ruimte